Algemeen

Hoe verzekert de digitaliseringspartner de kwaliteit?

De digitaliseringspartner, of service provider (SP), is de organisatie die de digitalisering uitvoert. De specificaties over de kwaliteitscontrole worden deels vastgelegd in het aanbestedingsdossier en deels in de offerte van de kandidaten. De digitaliseringspartners hebben een hele reeks interne processen van kwaliteitsverzekering (voorkomen dat er fouten gebeuren) en kwaliteitscontrole (fouten proberen te ontdekken in het resultaat).

Voor we kunnen uitleggen wat kwaliteitscontrole is, vermelden we dat kwaliteit hier vooral gaat over de correcte vorming van het bestand (werd het bestand geleverd in de juiste container, codec en specificaties?) en of het beeld en/of geluid zo onveranderd mogelijk overgebracht werd(en) van de drager op het bestand.

Het is voor de service provider onmogelijk om alle bestanden volledig te bekijken en te beluisteren, en diezelfde bestanden te vergelijken met het origineel. Door een combinatie van interne kwaliteitsverzekering (bv. preventief onderhoud van de machines), geautomatiseerde kwaliteitscontrole en menselijke steekproeven wordt het aantal fouten die geïntroduceerd zijn door de digitalisering zelf zo laag mogelijk gehouden.

Wanneer de geautomatiseerde kwaliteitscontrole of de menselijke steekproeven iets eigenaardigs opleveren, wordt in principe al bij het digitaliseringsbedrijf nagegaan of het fenomeen reeds aanwezig was op de analoge drager zelf. Wanneer dit niet het geval is, wordt de drager in principe geherdigitaliseerd. Deze extra stap wordt vermeld in de metadata, samen met de vaststellingen. Als de opname bijvoorbeeld geen audio bevat, dan noteert de digitaliseringspartner dit - op die manier anticipeert hij op opmerkingen die later van meemoo of van jullie zouden kunnen komen. Ook moeilijk te digitaliseren dragers krijgen een nota in hun XML, zo ben jij als contentpartner ook op de hoogte of het mankement aan de digitalisering kan liggen en of de service provider het probleem zelf al heeft opgemerkt.

Het is dus heel belangrijk om een onderscheid te maken tussen enerzijds problemen die eigen zijn aan de opname op de analoge drager zelf en anderzijds problemen die te wijten zijn aan de digitalisering. Bij een VHS-cassette kan je bijvoorbeeld merken dat beeld en/of geluid problematisch zijn wanneer je die thuis afspeelt. Dat ligt dan vaak aan de drager zelf, of aan je afspeelapparatuur. Bij de digitalisering kan er een vuile leeskop of een speler met technische mankementen gebruikt zijn en dan kan je de problemen terugvoeren naar het omzettingsproces. De grote meerderheid van flikkeringen in je beeld of ruis in de audio werd helemaal niet geïntroduceerd tijdens de digitalisering.